Hondengedrag Begrijpen

Hondengedrag Begrijpen

“It takes two sides to build a bridge.”  Fredrik Nael

 

Hondengedrag begrijpen 

Mijn zoon is vijf jaar oud en heeft net z’n broodje met hagelslag opgegeten. Hij likt de hageltjes die op zijn bord liggen weg en kijkt mij steels aan of dat wel mag. “Niet doen als oma er bij is, hé?”, hij schudt braaf zijn hoofd en vergeet het meteen. “Goed zo…” zeg ik, “zet je bordje en de melkbeker maar op het aanrecht in de keuken.”  Ik loop met hem mee en vraag hem “Moet ik even helpen of kan je het zelf?”… “Kan zelf”. Ik leer hem dat uit zichzelf te doen. Een paar jaar later leer ik hem de beker en het bordje in de vaatwasser te zetten. En leer hem dat uit zichzelf te doen. Allemaal luchtig en ontspannen.

“Hé… wacht eens even… volgens mij ben je wat vergeten…?” als hij zo van tafel loopt. Geleidelijk leert hij te helpen de vaatwasser in te ruimen en uit te ruimen, en uit zichzelf. En zo met opruimen (vuile kleren in de was, eigen kamer schoonmaken), meehelpen, klusjes doen, en wat dies meer zij. Het wordt de gewoonste zaak. En… hij leert wat bij oma niet mag… Aanleren en beheersen, dát is leren; een taakje aanleren en steeds een beetje moeilijker maken.

Training van honden

Ik zie op trainingsvelden honden voor de duizendste keer uitbundig beloond worden voor iets wat ze al jaren doen, maar niet begrijpen. Honden die geen stap verzetten als de baas geen brok in de handen heeft. En onmiddellijk stoppen met werken als ze die brok scoren. Die zijn in een vicieuze cirkel aan het begrijpen hoe ze een brok afhandig moeten maken. Dit heeft vooral te maken met de kennis van de eigenaar hoe ze de hond kunnen (moeten) laten leren en met trainers die geforceerd constante beloning opleggen aan hun cursisten.

Een hond na vijf jaar met een brok belonen voor ‘komen’, is niet functioneel en contraproductief (niet komen, blijven snuffelen, wordt aantrekkelijker dan de brok). De kwaliteit van dat ‘komen’ hangt niet af van training maar van de statusverhouding tussen hond en eigenaar. Het leven en werken met een hond zou meer gericht moeten zijn op begrijpen, waarbij de hond contextgebonden wéét wat hij doen moet. Bij voldoende status en sociale binding van en met de eigenaar zal een hond altijd komen en altijd mee willen; het bij u zijn is de grootste beloning die er bestaat. Is een brokje of ‘braaf’ dan nodig?

 

Meer verdieping over de samenwerking- en relatie tussen u en uw hond, werken met lichaamstaal en verfijnde trainingstechnieken staan in mijn nieuwste boek De mensenhond, dat binnenkort verschijnt. © klaaswijnbergcompany. Reageren op dit bericht? Dat kan via klaaswijnbergcompany@gmail.com

Reageren is niet mogelijk.